Inhoud
DoelgroepVolwassenen en jeugdigen vanaf 16 jaar – (triage)diagnostiek
DoelDe TeleScreen S is een zelfrapportagevragenlijst gericht op de screening van patiënten met een GGZ-hulpvraag. Het instrument screent op de belangrijkste psychiatrische aandoeningen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. De TeleScreen S kan worden ingezet bij het triëren van casuïstiek met enkelvoudige problematiek, maar ook bij vermoedens van complexe pathologie.
MethodeDe TeleScreen S brengt de actuele zorgbehoefte – de problemen waarvoor de patiënt hulp zoekt, of waarvoor de patiënt is verwezen – in kaart. De aanwezigheid van medische, psychosociale en omgevingsproblemen wordt uitgevraagd, omdat deze problemen een belangrijke rol kunnen spelen in het ontstaan of voortbestaan van psychische stoornissen. In navolging van gestructureerde interviews, zoals de SCID-S en de MINI 500, worden stapsgewijze groepen van syndroomstoornissen uit de DSM-5 uitgevraagd. Wanneer iemand voldoet aan de criteria van een DSM-5 stoornis wordt er een indicatie afgegeven.
De TeleScreen S is adaptief, dat wil zeggen dat wanneer de patiënt niet voldoet aan de ingangscriteria voor een specifieke indicatie, de vervolgvragen worden overgeslagen en de vragenlijst verder gaat naar het volgende onderwerp. Hierdoor kan de afnametijd van de TeleScreen S, ondanks de reikwijdte, kort gehouden worden.
AntwoordtypeDe TeleScreen S bestaat uit 740 vragen gebaseerd op de DSM-5. Vragen worden beantwoord door middel van een Ja/Nee, Juist/Onjuist, multiple choice en een open eind antwoordformat.
ScoringScoring is volledig geautomatiseerd. Wanneer een patiënt voldoet aan de criteria van een bepaalde stoornis genereert de applicatie de betreffende DSM-5 diagnose. Het gaat hierbij niet om een definitieve DSM-5 diagnose, maar om een indicatie voor een mogelijke diagnose. De indicaties uit de TeleScreen S dienen te worden getoetst aan andere bronnen van klinische informatie.

Bij de scoring wordt onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire indicaties, aanvullende indicaties en notificaties. Secundaire indicaties zijn indicaties voor bijkomende stoornissen die (waarschijnlijk) het gevolg zijn van de primaire diagnose, zoals bijvoorbeeld een verminderd seksueel verlangen het gevolg kan zijn van een depressieve stoornis. Een aanvullende indicatie brengt informatie over psychopathologie in kaart die niet gekaderd kan worden binnen een DSM-diagnose, maar belangrijk kan zijn voor de casusconceptualisatie, zoals paniekaanvallen. In het geval van suïcidegevaar of een mogelijke psychotische stoornis genereert de TeleScreen S notificaties welke, indien de gebruiker beschikt over de aanvullende instellingen binnen de Embloom applicatie, tevens per e-mail kunnen worden verstuurd aan daartoe aangewezen personen.

StoornissenDe TeleScreen S kan stoornissen indiceren behorend bij onderstaande hoofdcategorieën:

Syndroomstoornissen
• Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen
• Schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen
• Bipolaire-stemmingsstoornissen
• Stemmingsstoornissen
• Angststoornissen
• Obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen
• Psychotrauma- en stressor gerelateerde stoornissen
• Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen
• Voedings- en eetstoornissen
• Slaap-waakstoornissen
• Seksuele disfuncties
• Genderdysforie
• Disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen
• Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen
• Persoonlijkheidsstoornissen
• Parafiele stoornissen
• Andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn (relatieproblemen, rouwreactie, identiteitsprobleem, acculturatieprobleem, levensfaseprobleem)

Notificaties• Acuut suïcide risico
• Hoog suïcide risico
• Psychotische kenmerken
Pychometrische gegevens
ValiditeitValidatieonderzoek onder 480 patiënten van Limburgse huisartsenpraktijken toont aan dat de TeleScreen S diverse syndroomstoornissen correct kan bepalen zonder tussenkomst van de psycholoog. De sensitiviteit en specificiteit was gemiddeld tot hoog bij de meeste classificaties. Dit wil zeggen dat het systeem in het algemeen goed was in het identificeren van de stoornissen en het uitsluiten van patiënten zonder stoornis. Voor een aantal syndroomstoornissen is het aantal fout negatieven hoger, bijvoorbeeld de aanpassingsstoornis (sensitiviteit 0.32, specificiteit 0.98) en autismespectrumstoornis (sensitiviteit 0.68, specificiteit 0.93). Ook geeft de TeleScreen S een adequaat echelonadvies als het gaat om huisartsenzorg met POH-GGZ (specificiteit 0.91, specificiteit 0.99), Generalistische Basis GGZ (sensitiviteit 0.98, specificiteit 0.88) en Specialistische GGZ (sensitiviteit 0.84, specificiteit 0.99).

We kunnen concluderen dat de TeleScreen S over het algemeen een valide bron van informatie is bij het classificeren van psychische stoornissen en de hulpverlener kan ondersteunen bij het geven van een echelonadvies. Het klinische oordeel van de hulpverlener blijft noodzakelijk om de gegevens op een adequate manier te interpreteren en te komen tot de juiste DSM-5 classificatie. Een volledig overzicht van de onderzoeksresultaten is verwerkt in de nieuwe handleiding.

Literatuur en copyright

© Embloom 2017, Maastricht

Dit materiaal is auteursrechtelijk beschermd en kopiëren zonder schriftelijke toestemming van de uitgever is dan ook niet toegestaan.

Licentiekosten

€ 4,50

per afname