Het dilemma van de huisarts

06-04-2018

Wellicht komt dit u als huisarts bekend voor: er komt een 50-jarige man op het spreekuur met relatieproblemen, hij slaapt slecht, heeft concentratieproblemen en is somber. De man heeft eerder al eens hulp gehad, vanwege stemmingsklachten. De vraag is, wat zou u als huisarts met deze patiënt doen? Deze vraag stelde ik recent aan huisartsenopleiders tijdens een presentatie over mijn onderzoek1,2,3 in Limburg.

‘Ik zou deze patiënt naar de POH-GGZ sturen’. Andere huisartsen vroegen zich af wat de hulpvraag van de patiënt was en wilden hem eerst nog enkele keren zien om te kijken of verwijzing nodig was of dat klachten vanzelf over zouden gaan. Weer anderen zouden de patiënt doorverwijzen naar de generalistische basis GGZ of specialistische GGZ. Met deze casus werd het dilemma van de huisarts meteen helder: vaak kan je als huisarts veel kanten op en natuurlijk heb je meer informatie nodig om samen te kijken naar de best mogelijke (verwijs) opties voor de patiënt. De huisarts, maar ook de POH-GGZ, staat vaak onder grote tijdsdruk en moet in korte tijd een beslissing nemen of en wat voor soort zorg nodig is. Het profiel van deze patiënt kan passen binnen de huisartsenzorg, de basis GGZ (bijvoorbeeld vanwege vermoedens van een depressieve stoornis), maar ook binnen de specialistische GGZ. Zo past het profiel ook bij mensen met persoonlijkheidsproblematiek of ontwikkelingsproblematiek.

Een tweede voorbeeld is de hoogopgeleide patiënt, met een verantwoordelijke functie en een gezin met drie kinderen. Hij meldde zich steeds opnieuw op het spreekuur met vage lichamelijke klachten, waaronder rugklachten, hoofdpijn en druk op de borst. Hij sliep slecht en was snel geïrriteerd. Ook maakte hij een onrustige indruk tijdens het consult. Patiënt werkte vaak 50 uur per week, had partner-relatieproblemen en bij navraag omschreef hij meerdere conflicten op het werk. Lichamelijk onderzoek wees niks uit. De vraag is, hoe komt u binnen de beperkte tijd die u als huisarts of POH-GGZ hebt, erachter wat er aan de hand is en of patiënt doorverwezen moet worden, en zo ja waarheen?

Embloom heeft daar iets op bedacht met de ontwikkeling van de TeleScreen. De TeleScreen is een online zelfdenkend instrument, waarbij alle DSM-5 classificatiegebieden gestructureerd worden uitgevraagd. Een groot aantal huisartsen in de zaal gebruikte de TeleScreen, ofwel zelf of het werd ingezet door de POH-GGZ. Ook veel huisartsen maakten gebruik van de consultatiefunctie, waarbij mijn collega psychologen bij Embloom de vragenlijst interpreteren en de resultaten via het HIS terugkoppelen. Sommige huisartsen zetten het instrument in voorafgaand aan een consult met de POH-GGZ, zodat de POH-GGZ geïnformeerd het consult in kan gaan. Anderen gaven aan dat patiënten het niet altijd waarderen als ze meteen online vragen moeten invullen en dan helpt het om eerst een gesprek te hebben met de POH-GGZ, alvorens de TeleScreen in te vullen.

De uitkomsten van de TeleScreen kunnen verrassend zijn. Bij eerder onderzoek van Embloom in samenwerking met Stichting Robuust en Maastricht University werd vooraf aan de huisarts of POH-GGZ gevraagd om een inschatting te maken van de problematiek van de patiënt. Bij 61 procent van de patiënten was er bij de huisarts/POH-GGZ vooraf geen vermoeden van een aan middelen gebonden stoornis, terwijl dit wel uit de TeleScreen naar voren kwam. De uitkomsten van de hoogopgeleide patiënt met vage lichamelijke klachten wezen ook in deze richting. De huisarts besloot Embloom te consulteren en wat bleek: een cocaïne afhankelijkheid. Dit  had de huisarts niet verwacht. Niet alleen de patiënt was lange tijd bekend in de praktijk, ook de hele familie van de patiënt was er bekend. De huisarts ging in gesprek met de betreffende patiënt. Grootste reden waarom patiënt niks had gezegd was schaamte. Toch was de patiënt eerlijk op digitaal gestelde vragen over middelengebruik. Helaas heerst er nog steeds een taboe op veel psychische stoornissen. Deze patiënt is uiteindelijk verwezen naar de specialistische GGZ voor behandeling van zijn cocaïneverslaving. Hij maakt het inmiddels goed.

Ies Dijksman

Research and Development Manager Embloom

PhD-student Maastricht University

Referenties

1 Dijksman, I., Dinant, G. J., & Spigt, M. G. (2013). eDiagnostics: a promising step towards primary mental health care. Fam Pract30(6), 695-704.

2  Dijksman, I., Dinant, G. J., & Spigt, M. (2016). The concurrent validity of a new eDiagnostic system for

mental disorders in primary care. Fam Pract33(6), 607-616.
3 Dijksman, I., Dinant, G. J., & Spigt, M. (2017). E-diagnostiek voor psychische stoornissen. Huisarts  Wet, 60(9), 432-435.

Wellicht ook interessant:

– Blog: Onderzoek naar en gebruik van de TeleScreen
– Validatieonderzoek TeleScreen 5.0
– Psychische stoornissen vroegtijdig signaleren met de TeleScreen

Ies Dijksman

Ies Dijksman is R&D Manager bij Embloom. Zij is onder andere verantwoordelijk voor de ontwikkeling van content voor het Embloom Platform, in samenwerking met verschillende experts en universiteiten. Naast haar coördinerende en uitvoerende taken verzorgt zij scholing op het gebied van de DSM-5 en werkt zij een dag per week als behandelaar in een ggz-instelling. In 2013 begon Ies als PhD-student bij Maastricht University met onderzoek naar de TeleScreen, het triage-instrument van Embloom. Daarnaast heeft zij onderzoek gedaan naar de houdingen van psychologen ten aanzien van e-mental health, barrières die zij ervaren bij het gebruik ervan en specifieke wensen ten aanzien van blended care. Haar proefschrift is getiteld: ‘TeleScreen as a novel internet-based tool for classifying mental disorders presented in primary care’.