Goed slapen is niet vanzelfsprekend!

10-11-2020

’s Nachts wakker liggen, piekeren, naar de wekker kijken en de uren voorbij zien tikken. Velen van ons maken dat af en toe mee, maar een grote groep mensen heeft hier wekelijks, soms dagelijks, mee te maken.

Slapeloosheid, wat is dat eigenlijk? Het laatste deel van het woord “slape-LOOS” doet vermoeden dat je helemaal niet slaapt, maar dat is niet juist. Mensen met slapeloosheid slapen vaak minder lang en meer onderbroken. Overdag hebben ze last van klachten als gevolg van het slechte slapen, zoals concentratieproblemen, vergeetachtigheid, sneller geïrriteerd zijn, somberheid en minder goed kunnen functioneren op het werk of in de privé-situatie.

Wat kun je daar nou aan doen? Goede slapers zullen zeggen “ga gewoon met je hoofd op je kussen liggen en denk helemaal nergens aan, dan val je vanzelf in slaap”, maar als het zo gemakkelijk was, zouden er niet zoveel slapelozen zijn. Er is echter hoop voor de slechte slapers. De behandeling van slapeloosheid richt zich op het anders doen, je anders gaan voelen en anders denken, oftewel cognitieve gedragstherapie (CGT).

CGT bij slaap bestaat uit een aantal stappen en één van de belangrijkste is het registreren van de slaap in een slaapdagboek. Dat doet de cliënt met slapeloosheid om zicht te krijgen op de variatie in de eigen slaap en slaapgedrag en te ontdekken of er verbanden liggen tussen wat deze doet en de slaapkwaliteit. Die verbanden helpen de cliënt te begrijpen waarom er de ene keer meer en de andere keer minder sprake is van slaapproblemen. Vervolgens gaat de cliënt in de therapie aan de slag met het versterken van het “slaapsysteem” en het verminderen van stress en spanningen overdag en rondom de slaap. Ook het piekeren rondom het slapen wordt aangepakt.

In veel gevallen verbetert de slaap als de cliënt structureel de slaapdruk ophoogt. Dit houdt in dat de drang van het lichaam om te moeten slapen wordt verhoogd door korter op bed te liggen. Uit onderzoek blijkt dat korter op bed liggen in de meeste gevallen leidt tot sneller inslapen en beter doorslapen. Ervaring leert dat deze ommezwaai in de slaap leidt tot meer vertrouwen in het eigen lijf en de slaap en dat mensen vaak al na een korte periode beter gaan slapen en meer rust ervaren dan voorheen.

Om CGT voor slaapproblemen op een stapsgewijze manier voor een breed publiek toegankelijk te maken, heb ik samengewerkt met Embloom aan een online module, die de behandelaar helpt om bovenstaande zaken toe te passen bij de cliënt. Goed slapen is niet vanzelfsprekend en we hopen dan ook op deze manier een bijdrage te leveren aan de goede nachtrust van een grote groep mensen.

Merijn van de Laar
Adjunct-hoofd van de opleiding Huisartsgeneeskunde van de Universiteit Maastricht

Merijn van de Laar

Merijn van de Laar is adjunct-hoofd van de opleiding Huisartsgeneeskunde van de Universiteit Maastricht. Hij  heeft zich gespecialiseerd in slapeloosheid en promoveerde op 3 mei 2017 op zijn proefschrift getiteld ‘Individual differences in insomnia: implications of psychological factors for diagnosis and treatment’. Samen met Ingrid Verbeek schreef hij behandelboeken voor psychologen en therapeuten over slapeloosheid.